Kaneel en de VOC

Naast de specerijen nootmuskaat, foelie, kruidnagel en peper, alle gewassen die in de archipel groeiden, behoorde kaneel eveneens tot de handelsproducten van de VOC. Echter, kaneel groeide in Ceylon, een eiland onder Portugese vlag.

Kaneel groeide op verschillende plaatsen in gebieden van Voor-Indië, vooral in Malabar. Deze soort was echter minderwaardig en werd door de Portugezen “canella da matta” genoemd, waarmee ‘wilde of boskaneel’ werd bedoeld. De fijne en eerste soort pijpkaneel kwam uitsluitend uit Ceylon.
Dit eiland werd door de Portugezen omstreeks het midden van de 16de eeuw veroverd op de keizer van Kandi. Niet het hele eiland viel in Portugese handen, maar juist de Ceylonnese kuststreken waar de kaneelbomen groeiden. Vanaf dat tijdstip handhaafden de Portugezen hun monopolie over de kaneelhandel.
De VOC keek al lange tijd begerig naar de kaneelhandel in Ceylon. Toch zou het nog lang duren voordat getracht werd om met geweld (het credo van de VOC) die handel in handen te krijgen.
Pas in 1656 viel na zware strijd de hoofdstad Colombo in handen van de Nederlandse Compagnie.
Met de verdere verovering van de Kuststreken op de Portugezen kwam uiteindelijk de kaneelhandel in handen van de VOC.
Het monopolie van de Ceylonnese kaneel heeft de VOC 140 jaar kunnen handhaven.

In 1795 en 1796 hebben de Engelsen op hun beurt Ceylon op de Nederlanders veroverd.

2 gedachten over “Kaneel en de VOC

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s