Leven in de buitenkantoren van de VOC

Het bijwonen van de godsdienstoefeningen was voor alle Compagniedienaren verplicht. Men hield de hand aan de Sabbatviering en de heiliging van de zondag. Dan was er zowel aan de wal als op een op de rede liggend schip twee maal een kerkdienst.

In Batavia werkte men wel degelijk, vooral in de lagere rangen. Indien men geen relaties had met ‘hoge omes’ betekende vooruitkomen werken. Voor meerderen toonde men eerbied die vaak aan kruiperigheid en slaafsheid deed denken. In de gunst komen en blijven was het begin en einde van alle wijsheid.
Was dit het geval in Batavia, nog veel meer gold dit voor de zogenoemde “buitenkantoren”, waar de Compagnie werd vertegenwoordigd door hoofden of directeuren.
Deze hadden maar één ding voor ogen, het tegenover andere naties steeds uitdragen van het welzijn en de roem van de Compagnie. Door dat streven geleid waren deze directeuren onveranderlijk kleine despoten voor hun personeel. Wie zich daar tegen verzette kon ’gaan’.
De titel van zo’n directeur was “Resident”, die terzijde werd gestaan door de assistent of boekhouder, ook “Tweede” genoemd. Het lager personeel moest schipperen tussen de twee chefs als deze een onderling conflict hadden.

Het leven op de buitenkantoren was uiterst vervelend. Men wist zich met de tijd geen raad, want alleen bij aankomst en vertrek van een schip had men het druk. Daarna was er weer niets te doen dan een half uurtje schrijfwerk per dag.
De rest van de dag werd wat gelummeld, geroddeld, gegeten en dan een lange siësta.

3 gedachten over “Leven in de buitenkantoren van de VOC

  1. @De rest van de dag werd wat gelummeld, geroddeld, gegeten en dan een lange siësta.@

    En je dan toch verbaasd achter de oren krabben op de vraag hoe de ‘De Indo’ in het evolutionair proces plotseling ten tonele verscheen, de aarde ging bevolken en de wereld ging overheersen!

    e.m.

    • Dat lummelen viel overigens wel mee. De schepen die af en toe langs kwamen moesten wel worden gevuld. Elke dag moest er worden gehandeld, met het tawarren ging ook veel tijd voorbij. De goedangs moesten tenslotten worden gevuld! Het kwam ook voor dat de scheepsbemanning tot de ontdekking kwam dat het personeel van de loge was vermoord, de goedangs geplunderd, en alles in de fik.

Laat een reactie achter op Jan A. Somers Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s