Wet op het Nederlanderschap van 1892

De Wet van 12 december 1892, Stb. 268, op het Nederlanderschap en het ingezetenschap is vervangen door de Rijkswet van 19 december 1984 (RWN) houdende vaststelling van nieuwe, algemene bepalingen omtrent het Nederlanderschap; laatstelijk gewijzigd 2004.

Wet op het Nederlanderschap van 1892

Artikel 1. Nederlanders door geboorte zijn:
a. het wettig, gewettigd of door de vader erkend natuurlijk kind, waarvan tijdens de geboorte de vader de staat van Nederlander bezit;
b. het wettig kind van een Nederlander die binnen 300 dagen voor de geboorte van het kind overleed;
c. het niet-erkend onwettig kind, waarvan, tijdens de geboorte de moeder de staat van Nederlander bezit;
d. het niet-erkend onwettig kind, in het Koninkrijk (Nieuw Guinea uitgezonderd) geboren, tenzij blijkt dat het de nationaliteit van een andere Staat bezit;

Artikel 1bis. Nederlander door adoptie is het kind, dat in het Koninkrijk bij rechterlijke uitspraak is geadopteerd, indien de adoptief-vader of, deze overleden zijnde, de adoptief-moeder, op de dag dat die uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen de staat van Nederlander bezit en het kind op de dag van uitspraak in eerste aanleg minderjarig is.

Artikel 2. Nederlanders zijn ook:
a. het in het Koninkrijk te vondeling gelegde of verlaten kind, zolang van zijn afstamming niet blijkt;
b. het in het Koninkrijk geboren kind, waarvan op het tijdstip van de geboorte de moeder de staat van Nederlander bezit en dat aan zijn niet-Nederlandse vader geen nationaliteit ontleent, met dien verstande dat, het kind geacht wordt de staat van Nederlander nimmer te hebben bezeten indien gedurende zijn minderjarigheid blijkt, dat het dezelfde nationaliteit bezit als zijn vader op het tijdstip van de geboorte.

5 gedachten over “Wet op het Nederlanderschap van 1892

  1. De Nederlandse Lies Krijnen over haar huwelijk met de Ambonees Akihary***

    [TRANSRIPTIE] Mevrouw Lies Akihary-Krijnen:
    “Dus ik ben getrouwd, maar er was een groot taboe katholiek en hervormd. Dus geen enkele pastoor of zo wilde ons inzegenen. Een Molukse dominee ook niet, want ik had geen belijdenis gedaan. Omdat mijn man een roze paspoort had, want die was geen Nederlander, dat was afgenomen en ik met hem getrouwd was, kreeg ik een verblijfsvergunning. Met andere woorden mijn Nederlanderschap werd mij ontnomen. Met nog meer andere woorden, mijn stemrecht werd mij afgepakt. En mijn vader was gemeentepoliticus , dus dat heb ik hem nooit verteld. En de reden dat ik mijn Nederlanderschap heb teruggekregen is, omdat prinses Irene later ging trouwen met Don Carlos, ook een stateloze . En dat konden ze natuurlijk niet maken, een prinses die stateloos was. Dus de wet werd veranderd. Prinses Irene bleef Nederlandse en daardoor mochten alle vrouwen die getrouwd waren met een stateloze, kregen hun Nederlanderschap terug.”
    ***BRON: ‘Gedeeld verleden. Gedeelde verhalen’

  2. Als Mevr LK een Nederlandse is dan kan ze haar Nederlanderschap niet kwijtraken omdat ze getrouwd was met een vreemdeling( Statenloze) .

    Ik dacht dat vroeger vaak de vrouw meegaat met de status van haar man , mits dat ze dat zelf wil
    Wil ze dat niet dan kan ze haar nationaliteit (Nederlandse ) behouden, anders verlies ze haar Nederlanderschap , en dat kan niet .
    Dezelfde regeling heb je ook bij de Undang Undang Kewarganegaraan Indonesia , in combinatie met U.U Keimigrasian .

  3. Heb het gelezen Lies.
    Hoe is het mogelijk ,dat wij ook in die tijd er niets van begrepen, maar alleen maar blij waren en …het ook heel bijzonder vonden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s