De Padri-beweging in Sumatra

Het belangrijkste doel van de Nederlanders was om Sumatra te onderwerpen, van het zuiden tot aan Atjeh.

 Alhoewel na de Java-oorlog de tendens van het beleid meer lag in het economisch herstel van Java , was er in de ogen van de Gouverneur–Generaal J. van den Bosch toch nog een punt dat prioriteit vergde, namelijk de totale onderwerping van Sumatra tot aan Atjeh.
Belangrijk was om de gehele Westkust van Sumatra, de Minangkabau, in handen te krijgen. Bovendien mocht er internationaal geen twijfel over bestaan dat Nederland de baas in Sumatra was.
Het probleem was dat juist in de Minangkabau een inheemse beweging populair was die zich tegen Nederland richtte, namelijk de Padri-beweging.

De Padri’s zijn aanhangers van een fundamentalistisch–islamitische beweging die begin 1800 door toedoen van teruggekeerde pelgrims uit Saoedie-Arabië werd gevormd. De bedevaartgangers kwamen bij thuiskomst in conflict met de lokale adat. De religieuze dimensie van de burgeroorlog noopte de vorsten ertoe om in de jaren twintig de hulp in te roepen van het gouvernement.
De Padri’s streefden naar een strikt islamitische levensstijl. De ongelovigen moesten uit de Minangkabau worden verjaagd. Het centrum van de Padri’s was het dorp Bonjol, in een vallei in het noordelijk deel van de Minangkabau, waar de imam van het dorp de leider van de beweging was.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s