Belang van specerijenvervoer voor VOC


“De eylanden van Banda en de Moluques is het
principale wit waer naer wij schieten”, schreven
de Bewindvoerders van de VOC in 1608 aan Jan
Pieterz Coen, Gouverneur-Generaal in Batavia.

B

Om de kruidnagel en de nootmuskaat zouden vele
oorlogen worden gevoerd en zou veel bloed vloeien.
De winsten op de fijne specerijen waren in relatie tot de
omvang van de te vervoeren hoeveelheden ongehoord
groot en het productiegebied zo beperkt dat de
verleiding groot was om de exclusieve rechten op de
koop in handen te krijgen en andere handelaren uit te
sluiten.

De fijne specerijen en de kaneel maakten op het totale
volume aan goederen dat de VOC in de 17de eeuw naar
Europa transporteerde gemiddeld 15 procent van de
inkoopwaarde uit.
Echter, op de veilingen in Nederland bedroeg de
opbrengst van de specerijen in de 17de tot halverwege de
18de eeuw gemiddeld 26 procent van de totale
verkoopwaarde van alle vervoerde goederen.

Het was echter peper dat als belangrijkste specerij werd
verhandeld.
Peper leverde in waarde tot het midden van de 17de
eeuw maar liefst de helft op van het totale pakket dat de
VOC naar Europa transporteerde, om pas in1670 tot 30
procent te dalen.
Peper gold dan ook als het primaire product waarin met
Azië handel werd gedreven.

Een gedachte over “Belang van specerijenvervoer voor VOC

  1. Dat de welvaart in Holland en Zeeland gebaseerd was op de handel op Azië is maar gedeeltelijk waar. De winsten op de verhandelde producten zelf waren aanvankelijk inderdaad hoog, maar deze werden gedrukt door de grote overhead: hoge transportkosten, het bestuur in Azië en de oorlogen (tegen de Portugezen). Het aandelenbezit was aanvankelijk wijdverbreid, maar doordat de dividenden tegenvielen, en de papiertjes toch niet als waardevol bezit werden gezien, kwamen de aandelen al snel tegen een lage koers in het bezit van enkele rijken. Hierbij waren ook immigranten uit Portugal, Frankrijk en steden als Antwerpen. De ‘moedernegotie’ was meer een volkse aangelegenheid. Een kleinschalige bedrijvigheid, met lage kosten, gespreid over velen met bescheiden welstand, maar wel veel meer welvaart brengend dan de VOC.
    Met de oorlog tegen Spanje/Portugal ging het niet goed, het geld raakte op, en Prins Maurits en Oldenbarnevelt zagen in de stichting van de VOC de mogelijkheid van een handelsoorlog tegen Portugal. (en via de WIC tegen Spanje). Door het overnemen van de Aziatische handel van Portugal kon afbreuk worden gedaan aan de vijand, op kosten van de handel. De Staten-Generaal waren duidelijk: om de oorlog tegen Spanje ‘van dese landen, tot derselver ontlastinge, af te leyden, en die in Oost-Indiën, buyten kosten van den Staat, door de voorsch. Compagnie te laten voeren’.
    Het verdrijven van de Portugezen uit de Indische archipel ging vrij vlot, behalve voor de stad Malacca en een grote Portugese vloot in de Filippijnen. Veel moeilijker ging het langs de kusten van het huidige India en Ceylon (kaneel). Het bestrijden van andere concurrenten werd geprobeerd via verdragen waarin een handelsmonopolie werd gevestigd, maar de handhaving van die afspraken bleef moeizaam, kostbaar, en met veel bloedvergieten. De aandeelhouders wilden van twee walletjes eten: de Portugezen moesten worden bestreden op kosten van de handel, maar de winsten werden volgens hen teveel gedrukt door die militaire activiteiten. Coen wijst op de oorspronkelijke doelstelling van de VOC en zal fijntjes antwoorden: ‘dat den handel sonder d’ oorloge, noch d’oorloge sonder den handel nyet gemainteneert connen werden.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s