Perkeniers van Banda


Na de afslachting van een belangrijk deel van de
bevolking van Banda onder leiding van J.P.Coen
werden 68 ‘Tuinen’ of ‘Perken’ ingesteld om de
nootmuskaatproductie nieuw leven in te blazen.

Over het algemeen waren de eerste Hollandse Perkeniers
vrijgevochten typen die het niet zo nauw namen met
Christelijke normen en zeden.
Veel lokale vrouwen, vaak (voormalige) slavinnen,
baarden buitenechtelijke kinderen van perkeniers en
mede daardoor ontstond een mengelmoes van diverse
bevolkingsgroepen.

Ook zagen zij al snel in hun werkgever (VOC) een vijand
die te weinig betaalde voor de nootmuskaat en hun
tevens het recht onthield om eigenaar te worden van
hun eigen perk.
Er ontstond een levendige smokkel in nootmuskaat.
Pas in 1864, de VOC was in 1799 failliet gegaan en de
hoge handelswaarde was min of meer verleden tijd,
mochten de perkeniers de plantages kopen en hun
producten op de vrije markt aanbieden.
Ze verdienden niet zo veel meer, maar kregen van
Chinese en Arabische geldschieters voldoende krediet
om een weldadig leven te leiden en uit Nederland de
meest uiteenlopende luxegoederen te bestellen.

Omstreeks 1900 begonnen de perkeniers Banda te
verlaten. Degenen die achterbleven konden wel
overleven, maar de tijden van pracht en praal waren
voorgoed voorbij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s