Peranakan Chinezen

Peranakan betekent Afstammeling in het Indone-sisch; met Peranakan Chinezen worden bedoeld de afstammelingen van Chinezen die zich in de loop der tijden in Indonesië gevestigd hebben. Zij zijn in Indonesië geboren en stammen in lijn af van de eerste generatie Chinese immigranten.

De migratie van Chinezen naar Indië kwam pas goed op gang in het midden van de 19de eeuw. Vanaf 1860 -1930 steeg de Chinese populatie van 220.000 naar 1.233.000. (noot: Indonesië telde in 1930 ± 61 miljoen inwoners)
Zij kwamen als contractarbeiders en als vrije migranten.
De contractarbeiders voornamelijk voor het werk in de tabakscultures op Sumatra en de tinmijnen in Bangka en Biliton.
De vrije migranten vestigden zich op Java en Madura vooral in de grote steden. Ze ontplooiden zich actief in het handelsverkeer. Ruim 60% van de Chinezen was omstreeks 1930 werkzaam in de handel en vormde daarmee een belangrijke schakel tussen de inheemse maatschappij en het grote Europese handelsverkeer.
Regel was dat de Chinees òf zelfstandig was, òf bij een andere Chinees in dienst stond en alles wat de Chinees produceerde aan de Europeaan werd verkocht.
De Chinezen waren verdeeld in twee kampen, de Peranakans, die geen Chinees meer spraken, en de Totok-Chinezen, de ‘singkehs’, die de Chinese taal en cultuur hoog in het vaandel hadden.
Wel was het zo dat de hele Chinese populatie aan de Europeaan was gelijkgesteld. Dat hield in dat voor alle Chinezen het Europese Burgerlijke Recht van toepassing was verklaard.
Sinds de laatste volkstelling in 1930 is de totale Chinese bevolking gegroeid tot meer dan anderhalf miljoen in 1940, waarvan ± de helft Peranakan Chinezen waren.

8 gedachten over “Peranakan Chinezen

  1. Bedankt voor dit korte, informatieve artikel! Voor mij is alles over NL-Indië nog vrij nieuw, en zo ook bijvoorbeeld de Chinese gemeenschap(pen) in Indië. Als Indo met ook vrij veel Chinees bloed, vind ik dit een interessant onderwerp, al weten wij weinig van onze Chinese voorouders (bv. waren zij nu peranakans of singkehs?).

    Bij de Slegte heb ik vorig jaar trouwens een mooi boek gekocht waarin het leven wordt verteld van een peranakan-vrouw, Anny Tan, begin 20ste eeuw geboren, vervolgens een tijd in Nederland gewoond en gestudeerd, daarna teruggekeerd naar Indonesië om vervolgens naar China te verhuizen. Het boek heet ‘Retour Amoy’, geschreven door Leonard Blussé. Het is vrij lang en leest naar mijn mening niet zo makkelijk omdat het niet erg spannend is geschreven, maar het biedt wel een kijkje in de wereld van de Chinese gemeenschap in Indië, vooral de eerste hoofdstukken die zich in haar jeugd (en daarvóór) afspelen. Het boek is in een latere uitgave ook verschenen onder de titel ‘Anny Tan’.

    Toevallig las ik gisteren in de Van Dale dat het woord ‘singkeh’ komt van het Hokkien-Chinees sin-kheh, wat ‘nieuwe gast’ betekent. En Peranakan-Chinezen werden ook vaak ‘baba’ genoemd.

  2. In principe is de eerste Chinees in Nederlands Indie een Singke ( Cina Singke).
    Door te “vermengen”met de Indonesiers( eigenlijk de oorspronkelijke bewoners van Nusantara) zijn ze peranakan geworden.
    De Indonesische Chinezen willen graag (Orang) Tionghoa genoemd worden , want Cina had een negatieve connotatie.
    Je wordt Singke genoemd als je beide ouders uit de vaste land van China kwamen( vroeger inclusief Taiwan=Formosa) . Of je bent samen met je Chinese ouders uit China gekomen.
    Trouwde je met een “inlandse”, worden jou kinderen automatisch peranakan.

    Je moet denken aan de Indische Nederlanders , je heb totoks(volbloed) en je hebt Indische Nederlanders .
    Interessant om de beschrijving van de Chinese bevolkingsgroep in de oude Ned..Indie te lezen.
    Ken je ook de term Tjina Mindring ?
    Salam
    OmeSid

  3. Nee Om Sid, die kende ik nog niet. Maar ik lees in m’n woordenboek dat ‘mindring’ geldschieter betekent. Ik weet wel dat veel Chinezen in het geldwezen zaten in Indië (en ook elders).

  4. Is het jullie bekend dat er rond de jaren ’20 van de vorige eeuw opium werd verstrekt aan Chinese contractarbeiders?

    • In elke stad(je) in Ned-Indië waren ”opium kitten”aanwezig, waar je de gebruikers in/rondom deze verblijven ín diverse houdingen en totaal van de kaart kon aantreffen.Het opiumregie was in handen van de regering..
      Dan nog een duister punt voor me nl ,dat het de Chinezen hun eigen nat.vlag mochten gebruiken.(uitsteken) tov. andere landaarden daar aanwezig..

      • Volgens mij konden ingezetenen op hun nationale feestdag hun nationale vlag normaal uitsteken. Onze overbuurvrouw in Batavia (ca. 1935) stak haar Engelse vlag uit. Voor een bevalling ging ze naar Singapore in verband met de automatische nationaliteit van het kind.

  5. Het onderscheid peranakan/singkeh (en totok/Indo) heeft niet uitsluitend met afkomst te maken. Er zijn Chinezen die Chinees blijven praten ofschoon hun voorouders al vele generaties in de archipel wonen. Vaak praten ze Maleis/Soendanees/Javaans met een dik accent en verkeren in hoofdzaak in eigen kring. Bijvoorbeeld veel Bangkanezen die Kè praten. Zulke Chinezen worden als totok/singkeh beschouwd. Op Java wonen veel Chinezen die Javaans of Soendanees als moedertaal hebben en zo op het oog geheel geïntegreerd zijn. Evengoed worden ze als ‘WNI’ door de ‘pribumi’s’ gediscrimineerd. Verder was er al in het begin van de twintigste eeuw een kleine groep Chinezen die het Nederlands als moedertaal hadden. Hun nazaten leven nu meest in Nederland.
    En wat de Indische gemeenschap betreft: niet weinigen hebben alleen Europees ‘bloed’ maar hebben toch een Indisch accent en ‘Indische’ omgangsvormen. Er is geen reden om hen niet tot de Indo-Europeanen te rekenen.

    • Het verschil tussen peranakan (Tjina Peranakan) en Singke (Tjina Singke) is gebaseerd op hoelang ze in Nedelands Oost Indie hadden gewoond , kort of lang(zelfs al eeuwen).
      Maar het belangrijkste is of je vermengd bent of niet met Tjina Peranakan.
      Tjina Peranakan kan je vergelijken met de Mestiezen /Eurasian of Indo-Europeaan(afgekort Indo) . De Indo-Europeanen noemen zich later Indische Nederlanders.

      Een Singke is een volbloed Chinees ( vergelijkbaar met een Hollandse Totok), zonder “enige”vermenging met andere rassen.
      De Bangka Chinezen (Tjina Bangka) van nu waren nakomelingen van de koeliemijnen (NOI tijd) , wonen geissoleerd en gaat niet om met de pribumi .
      Dat is de reden waarom ze vaak hun oude cultuur (o.a taal) kunnen behouden.
      Langzamerhand gaan ze vermengen met de pribumi’s en de nieuwe generatie Tjina Peranakan is geboren.

      Dat geldt ook met de Chinezen in Kalimantan die meestal peranakan zijn omdat er geen vrouwelijke chinese aanvoer kwamen, behalve voor de rijken).
      Ten tijde van de VOC hadden de Chinezen eigen staat met eigen regels , gevormd door de kongsi van de goudmijnen in Kalimantan.
      Totdat ze aangepakt werden door de VOC en later door de Ned.Indische regering (na 1799)

      Pak Jan:
      Het is bekend dat vele Chinezen ten tijde van NOI en later de begin periode van Republik Indonesia dat 2 of 3 nationaliteiten hebben.
      Allereerst China , daarna Formosa(Taiwan) , oms Singapore.
      Het feestje werd verstoord toen Sukarno en Chou en Lai in 1955 de Chinese gemeenschap (Singke en Peranakan) voor de keuze stelt , Indonesier worden of Chinees blijven.
      Peranakans die al eeuwen lag in Indonesia woonden en geen woord Chinees spreken kiezen vaak de Indonesische.
      Velen vallen uit de boot en werden gedeporteerd naar China.
      Een grote drama.
      Sindsdien moet elke Chinese Indonesiers in het bezit zijn van SBKRI (Surat Bukti Kewarganegaraan Indonesia).Bewijs van Indnesische nationaliteit).
      Die regeling werd pas afgeschaft door of president Wahid of Megawati ?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s