Al !


All good things comes to an end.

De verhalenkist van Hans Oosterwijk is leeg.
Op ! Per 31 maart dezer.
We zijn tot de bodem gegaan en …. néks.
Hans, veel dank !

Wie wilt kan in het archief van 930 verhaaltjes rondneuzen .

Makam Bung Karno

In 1964 begint de gezondheid van Soekarno af te takelen. Hij houdt nog wel vlammende redevoeringen, maar als hij in augustus 1965 in het openbaar onwel wordt, verliest de charismatische Bung veel van zijn geloofwaardigheid.

In het provincieplaatsje Blitar, ten zuiden van Malang, ligt Soekarno begraven. De eerste president en proclamator van de Republik Indonesia stierf 21 juni 1970 op 69-jarige leeftijd in het militair hospitaal in Jakarta. Hij leed al twee jaar aan een ongeneeslijke nierziekte, kampte met hoge bloeddruk en had problemen met de bloedcirculatie. Het stoffelijk overschot van de president werd op 22 juni 1970 overgevlogen naar Blitar waar Soekarno”s moeder ook begraven ligt.
Tien jaar na zijn dood leek het de Indonesische regering gepast om het graf van Soekarno een waardig aanzien te geven. Dit als gebaar naar de vele Soekarno-aanbidders, want Soekarno’s rustplaats is uitgegroeid tot een pelgrimsoord waar wekelijks honderden mensen naartoe trekken.
Het grafcomplex kreeg een Hindoe-Javaanse symboliek, echter met een Islamitische inslag. De cungkup (grafhuis) werd gebouwd in de joglo-stijl, dat wil zeggen naar model van een Javaanse pendopo agung. Dat is de plaats waar vergaderd wordt, waar bruiloften plaatsvinden of voorname gasten worden ontvangen.
Het lichaam van Soekarno wordt geflankeerd door het graf van zijn moeder Ida Aju Njoman Rai en dat van zijn vader R. Soekeni Sosrodihardjo.
Volgens zijn laatste wens is aan de noordkant van het grafhuis een witte waringin geplant, op een eenvoudige grafsteen staat geschreven: “Hier ligt Bung Karno”.

Nekolim, een fobie van haat

NEKOLIM, Neokolonialisme, was het toverwoord van Soekarno tegen de oprichting van de Federale Staten van Malaysia. Radio Jakarta wakkerde de haat aan tegen de ‘aartsboef’ Tengku Abdul Rahman, premier van Malaysia, en natuurlijk tegen de Britse Imperialisten.

Engeland trok zich terug uit zijn Zuid-Aziatische kolonies,
in dit geval uit Maleisië, maar ook uit Serawak en Brits Noord-Borneo (later Sabah genoemd). Gestreefd werd naar een federaal systeem waarbij ook Brunei en Singapore werden betrokken. Malaysia, een federatie van 5 staten.
Tegen de vorming van Malaysia tekende Soekarno verzet aan. Zijn argument was dat Malaysia dan een marionet van Engeland zou blijven en dat met de Britse invloed op de regio de onafhankelijkheid van Indonesië ernstig werd bedreigd.
De vorming van Malaysia ging niet zonder slag of stoot.
Opstanden in Brunei en Serawak tegen de aansluiting met Maleisië werden militair onderdrukt. De UN speelde een rol in de binnenlandse conflicten van beide Borneo-staten via een pro en contra referendum.
Uiteindelijk werd op 16 september 1963 Malaysia opgericht met Maleisië, Singapore, Serawak en Sabah.
Brunei besloot afzonderlijk te blijven. Later in 1965 trok Singapore zich terug uit de federatie.

In Indonesië steeg de spanning. De morgenedities van de nieuwsbladen stonden vol onheilspellend nieuws over een mogelijke inval van Malaysia via Medan en Sumatra.
De Britse en Singaporese ambassades in Jakarta gingen in vlammen op en tegen het einde van 1964 was de bevolking volledig opgeruid tegen Malaysia.
“Nekolim”! Oorlog! Weg met de Britse imperialisten!

Meer openheid bij de Badoei

De Badoei gemeenschap is op herhaald aan-dringen van de Indonesische regering flexibe-ler geworden in de omgang met anderen. Trektochten door Badoei Loear en Badoei Dalam begeleid door gidsen zijn toegestaan.
The Jakarta Post, Bambang Parlupi, 2 februari 2006

De geloofsopvattingen van de Badoei (zij noemen zichzelf ‘Orang Kanakes’ naar de naam van hun grondgebied) worden aangeduid met de naam “Soenda Wiwitan” (oorspronkelijk Soendanees). Het zijn oud-Soendanese, hindoe-boeddhistische maar ook animistische overtuigingen. Als streng geïsoleerd levende mandalagemeenschap streven zij naar harmonie met het aardse en het hemelse. Hun levensfilosofie is gericht op eenvoud van leven en eerlijkheid in gedrag. Hierbij valt de nadruk op het vinden van een evenwicht tussen natuurbehoud en levensomgeving, hetgeen tot uiting komt in hun principiële levensopvatting “Goenung oelah dileboer, lebak oelah diroesak”, bergen moeten nooit worden blootgelegd en (oer)wouden nooit vernietigd.
Reeds in de koloniale tijd verkregen zij een status aparte. Zij werden gevrijwaard van belastingheffing, ‘herendiensten’, Indonesische bestuurders en leerplicht, zij wilden niet ontwikkeld worden.
In het moderne Indonesië blijft hun bevoorrechte positie gehandhaafd hetgeen zij voor een groot deel danken aan hun reputatie als hoogstaande mystici.
Onderwerping aan de vele verboden en de strenge naleving hiervan binnen de Badoei-gemeenschap blijft heden ten dage nog onverkort van kracht. Toch is sprake van een voorzichtige toenadering tot de buitenwereld. Onder strikte voorwaarden kan men nu bepaalde delen van het Badoei-gebied betreden.

Saté Kambing

Voor velen geldt dat Saté Kambing de koningin is onder de satés. Sappig geitenvlees met vetjes aan een stokje geregen gaan direct op het rooster. Sommigen marineren het vlees, maar anderen laten de pure rooksmaak van de vetjes door het vlees opnemen.

Ergens in Amsterdam-Noord zaten op een klein balkonnetje op 5-hoog achter vier Indo-vrienden, ieder met een glas whisky in de hand. Zij trachtten een vuurtje aan te wakkeren in het ietwat roestige Hibachi rooster. De kooltjes in het rooster weigerden te branden. Lacherig goot een van hen zijn kostbare whisky over de kolen.
Met een plof kwam er een blauwe vuurgloed over de kolen om spoedig daarna weer te doven. Een tweede glas whisky werd opgeofferd. Eerst gebeurde er niets, maar dan sloeg er een hoge steekvlam uit de Hibachi omhoog. Voor het balkonraam vertoonden zich bange gezichten. Gelukkig keerde de steekvlam weer terug in de kolen en sloegen de kooltjes rood aan.
In de keuken was de gastheer bezig de blokjes vlees, afkomstig van een achterpoot van een schaap, aan baboe pennetjes te rijgen. Het was zo’n grote poot dat het volgens sommigen net zo goed de achterpoot van een dwergpony kon zijn. De gastheer had fijnzinnig geglimlacht en was onverdroten doorgegaan met zijn werk.
“Moet je niet eerst marineren dat vlees?”
“Niet ach, zonder marinade, maar straks met saus Makassar, adoeh, heaven on earth”.
Tijdens het roosteren kwam er aan een touwtje een mandje naar beneden. De Amsterdamse bovenburen vroegen en kregen. Zo ging dat in Amsterdam.

VS wil gedeeltelijke autonomie voor Papoea

Anno 2009 komt voormalig Nederlands Nieuw-Guinea weer in het nieuws als blijkt dat de Beweging Vrij Papoea nog steeds strijdt voor een vrij Papoea.

(Novum/AP) – Indonesië moet zijn provincie Papoea, voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, ‘een zekere mate van autonomie’ toestaan. Dat heeft de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Hillary Rodham Clinton woensdag gezegd. Clinton zei dat de regering-Obama de kwestie bij de Indonesische regering zal aankaarten.
Sinds het in 1962 gesloten Verdrag van New York maakt Papoea deel uit van Indonesië. Er woedt echter al tientallen jaren een opstand, waarbij een grote rol is weggelegd voor de Beweging Vrij Papoea (OPM).
De rebellie kostte naar schatting honderdduizend Papoea’s, eenzesde van de bevolking, het leven.
Clinton zei dat de provincie steun verdient ‘in haar pogingen een mate van autonomie te verkrijgen’.
Zij legde de verklaring af in antwoord op vragen van
F.H. Faleomavaega, een lid zonder stemrecht van het Huis van Afgevaardigden.
Faleomavaega is afgevaardigde van Samoa en een bekend criticus van de Indonesische regering.

Nederland werd in 1962 onder druk van de VS gedwongen Nederlands Nieuw-Guinea af te staan aan Indonesië.

Vrijheidsstrijder

Joke Moeljono behoorde tot de Gelanggan-groep, die in hun ‘Cultureel Manifest 1950’ aangaf:
Wij zijn de rechtmatige erfgenaam van de wereldcultuur en die zetten wij op onze wijze voort . . . Het probleem van deze generatie is niet de tegenstelling tussen Oost en West maar het probleem van mens tot mens. Ik ben een mens en daarmee uit!

Hier zit ik als commandant
en houd mensenlevens in mijn hand . . .
een wonderlijk gevoel,
ik anti-soldaat
zit op een bamboestoel
geheel zonder haat
en verwacht de vijand.
Of het is een vriend
die met misleide hand
plunderde moordde schond
omdat hij niet beter wist?
(Op het land waar de oogst stond smeult nog het vuur).

Ach, ik kan maar een deel overzien
en vecht waar men mij heeft ingezet.
Toch blijft het een wonderlijk gevoel
als men onwetenden de dood in stuurt
terwijl men zelf in deze strijd
is neergesmeten al een dobbelsteen
en voor de dorpelingen die hier wonen
een vreemde man is
die toekijkt en hen niet kan helpen
(want rijst en rust kan men niet geven).
Sneuvel ik hier
dan zeggen ze later op het hoofdkwartier
‘Hij offerde zijn leven’
En ze zweren door te zetten
tot het bittere einde.
Wat betekent een dode in deze strijd
In onze ‘grootse, heroïsche tijd’?
Van Stalingrad tot Trumantown:
L’après-midi d’un faune
‘voor een beter lot?’ ( Ach, haatte ik maar)